Hoe wordt sperma aangemaakt?

In de teelbal van een man zitten vele zogenaamde aanmaakcellen mooi naast elkaar in productiebuisjes. Eén basiscel maakt op 30 tot 60 dagen tijd 16 immature zaadcellen. Deze worden meteen afgevoerd naar het begin van de bijbal, de kop. De bijbal kan je je voorstellen als een lang, fragiel en opgerold buisje. De zaadcellen worden er, opnieuw in 30 tot 60 dagen, getransporteerd naar het uiteinde, waar ze wachten tot ze geëjaculeerd worden. Tijdens het transport rijpen ze verder uit tot mature zaadcellen.
Voor dit productieproces is een temperatuur van zo’n 35° nodig, ongeveer 1,5 tot 2° koeler dan de rest van het lichaam. Dat is de reden waarom de teelballen buiten het lichaam van de man hangen.
Een man maakt dus voortdurend nieuwe zaadcellen, maar de aanmaakcellen blijven gedurende zijn hele leven dezelfde.  Ze zijn aan slijtage onderhevig, zodat ze na verloop van tijd steeds minder productief worden en meer fouten gaan maken.

Ook de aanmaak zelf varieert. De productiebuisjes werken in golven of shiften. Dit verklaart de mogelijk grote schommelingen tussen verschillende sperma-analyses. Daarom worden er meestal twee stalen met een zekere tussentijd geanalyseerd alvorens besluiten te trekken over de spermakwaliteit.

Je zou kunnen stellen dat een man ook enigszins een cyclus heeft, die varieert tussen de 60 en 120 dagen. Een zaadstaal is daardoor altijd de weerspiegeling van de productie en stockage van de afgelopen twee tot vier maanden.

"Er zijn echt niet veel 45-plussers die nog van een gezond kind bevallen."

Blijf op de Hoogte

Vind je deze website interessant en wil je graag op de hoogte gehouden worden van een mogelijk vervolg, laat dan hier je emailadres achter:

 
 
logo